Van Ridder Herman tot Landgoed Vilsteren

Vilsteren dankt haar naam aan het geslacht van Vilsteren. De oudste vermelding waarin dit geslacht gekoppeld wordt aan de plaats Vilsteren is uit 1382. De Bisschop van Utrecht beleent dan o.a. de Hof te Vilsteren aan ridder Herman van Vilsteren. Vilsteren is eeuwenlang een zogenaamd esdorp, met de bijhorende boerderijen, akkers (de essen), natte hooilanden langs de Vecht en 'woeste' gronden met schapen.

Vanaf het eind van de 18e eeuw krijgt Vilsteren daarnaast een landgoedkarakter. Via o.a. vererving en verdeling van de Marke komt een vrijwel aaneengesloten gebied van ca. 1000 hectare in één hand. De opeenvolgende eigenaren (de families Grootvelt, Helmich en Cremers) zorgen voor de komst van een buitenplaats met park, de kerk, een school, de herberg, de molen en nieuwe boerderijen. Verder worden de woeste gronden ontgonnen en bebost en verfraaien zij het landschap rond het dorp.

Dit alles leidt tot wat Vilsteren nu is, een uniek landgoed van ca. 1.035 hectare met centraal daarop gelegen de buitenplaats en het landgoeddorp.